Wanneer een paard zijn gebit niet optimaal gebruikt, kunnen er heel wat gebitsproblemen ontstaan. Door het gebit op tijd te corrigeren kunnen veel problemen vermeden worden.

De voornaamste problemen zijn:

Scherpe punten (emailpunten)

Door onvoldoende slijtage worden er scherpe punten ontwikkeld op kiezen. Deze punten worden zodanig scherp waardoor zij verwondingen veroorzaken in de mond.

Scherpe hakenScherpe haken 1

Door het wegvijlen van de scherpe punten wordt het paard verlost van deze klachten.

 

Voorste en/of achterste haak

Tanden slijten enkel af daar waar zij elkaar raken. Wanneer er delen van een kies geen contact hebben, slijten deze onvoldoende af. Zo ontstaan er haken. Voorste- en achterste haken komen vaak samen voor en zien we ook bij over- of onderbijters.

Een andere oorzaak is bv wanneer er een stuk van de eerste kies is afgebroken. Hierdoor krijgt de tegenoverliggende kies minder contact, groeit door en vormt zo een haak.

Haken kunnen verwondingen veroorzaken. Maar haken zorgen er ook voor dat de voor- en achterwaartse beweging van de onderkaak wordt belemmerd. Hierdoor kan het paard zijn voedsel onvoldoende malen. Omdat het paard zijn gebit niet optimaal kan gebruiken, heeft dit ook negatieve gevolgen voor de natuurlijke afslijting van zijn gebit.

Voorste haak

Wegvijlen van deze haken is de oplossing.

 

Wolfstanden

Wolfstanden zijn kleine kiezen die zich net voor de eerste kiezen bevinden. Bij sommige paarden komen ze blind voor. Dit wil zeggen dat ze onderhuids voorkomen. Meestal komen ze bovenaan voor. Wolfstanden hebben een kleine wortel en zitten niet zo vast als andere tanden. Bij het rijden met een bit gaat het paard vaak last hebben van de wolfstanden. Omdat het bit de wolfstanden raakt.

Niet elk paard heeft wolfstanden.

wolfstandWolfstand 1

Wolfstanden, al dan niet blind,  worden het best verwijdert voor men met het paard begint te rijden.

 

Melkdoppen 

Melkdoppen zijn de laatste overblijfsels van de melktanden die in veel gevallen natuurlijk uitvallen. In sommige gevallen blijft de melkdop geheel of gedeeltelijk vastzitten. Hierdoor wordt de blijvende tand gehinderd. Soms vormt de melkdop scherpe kanten die storend zijn voor het paard.

Melkdop  melkdop 1

Indien de melkdoppen storend zijn voor het paard, worden ze best verwijderd.

 

Verhoogde kies

Een verhoogde kies of protuberante kies is een kies die boven de oppervlakte van de andere kiezen uitsteekt. Een verhoogde kies ontstaat wanneer de tegenoverliggende kies is afgebroken of er zelfs niet zit. Hierdoor slijt deze kies niet af en gaat hij doorgroeien. Vaak groeit deze kies door in de holte waar de tegenoverliggende kies had moeten zitten. Hierdoor wordt de voor- en achterwaartse beweging van de onderkaak bij het kauwen belemmerd.

Protuberant

Om het probleem op te lossen moet de verhoogde kies worden teruggebracht tot op het niveau van de ander kiezen.

 

Golfgebit

Wanneer meerdere kiezen niet mooi vlak lopen maar samen een golf vormen, spreekt men van een golfgebit. Een golfgebit bemoeilijkt de voor- en achterwaartse beweging van de onderkaak bij het kauwen.

Golfgebit

Bij een golfgebit moeten de kiezen die uitsteken worden teruggebracht. Zo kunnen de tegenoverliggende kiezen terug groeien. Dit moet worden herhaald tot de kauwvlakken een mooie rechte lijn vormen.

 

Diastema

Een diastema is een spleet tussen twee tanden waar voedselresten blijven vastzitten. Hierdoor gaat het tandvlees ontsteken. Een goed gevorderde diastema brengt vaak een zeer onaangename geur met zich mee.

Diastema 1Diastema

Een diastema is vaak op te lossen door de vastzittende voedselresten te verwijderen en de opening uit te frezen zodat er geen voedselresten kunnen vastzitten.

 

ATR

ATR of Accentuated Transverse Ridges, zijn dwarsliggende richeltjes op het kauwoppervlak. De dwarsliggende richeltjes hinderen de voor- en achterwaartse beweging van de onderkaak tijdens het kauwen.

ETR

De kauwoppervlakken moet worden gevijld zodat deze ruw genoeg is om voedsel te malen maar ze mag de voor- en achterwaartse beweging van de onderkaak niet verhinderen.

 

Shear

Bij paarden met een normaal gebit staan de kauwoppervlakken in een lichte hoek. Belangrijk hierbij is dat de hoek, zowel boven als onder, links als rechts, ongeveer gelijk is. Wanneer een paard de zijwaartse beweging tijdens het kauwen onvoldoende uitvoert, gaan de kauwoppervlakken te schuin afslijten. Hierdoor wordt de hoek in de kauwoppervlakken veel te scherp. Het kan zijn dat het paard ergens een pijnklacht ondervindt. Waardoor het paard die kant, waar de pijn zich bevindt, probeert te vermijden. Zo kan er een shear ontstaan op één van de twee kanten.

Shear

De hoek moet zo veel mogelijk gecorrigeerd worden.